Checks bij een tijdelijke afrastering
Wanneer je op het werk een tijdelijke bouwweg of rijplatenbaan over landbouwgrond moet maken, gebruik je vaak een tijdelijke schrikafrastering. Dit zorgt ervoor dat er geen vee op het werkterrein komt en geeft ook aan wat de werkgrens is. Jullie besteden het plaatsen van een (lange) tijdelijke elektrische afrastering misschien uit of doen het zelf. Een afrastering en ook een tijdelijke, moet regelmatig gecontroleerd worden. Hieronder geven we, in willekeurige volgorde, een paar praktische punten die je zeker weten mee moet nemen.
Werking elektrische schrikafrastering
Een elektrische afrastering bestaat uit een schrikapparaat, aardpen, palen en een lint of draad (geleider). Het schrikapparaat geeft elke paar seconden een stroompuls af aan de draad. Deze puls heeft een hoge spanning, maar een extreem lage stroomsterkte. De stroom loopt constant door de draad en kan in principe niet weglekken. Een dier dat contact maakt met de draad zal de stroomkring sluiten. De stroompuls zal via het dier naar de bodem gaan en daarna via de aardpen in de grond weer terug naar het schrikapparaat. Tijdens het sluiten van de stroomkring, krijgt het dier een korte, veilige schok van de stroompuls.
Palen
De palen vormen de basis van de afrastering. Ze zorgen ervoor dat de draden op de juiste hoogte blijven en voor de stevigheid. Als er houten palen worden gebruikt zijn de palen aan het begin en einde, op de hoeken en op de lange rechte stukken om de ca. 200 meter vaak geschoord en dikker. Bij korte afrasteringen worden vaak kunststof multidraad palen of veerstalen steekpalen gebruikt. Welke palen er ook worden gebruikt, ze vormen de basis en regelmatig controleren of ze nog stevig en rechtop staan, is daarom niet overbodig. Zeker als er werkzaamheden langs de afrastering hebben plaatsgevonden. Een kraan of achteruitrijdende dumper merkt niet dat er een paal wordt geraakt.
Draadhoogte
Ook bij een tijdelijke afrastering kan de spanning van een draad of lint minder worden, waardoor het gaat hangen. Om dit te voorkomen kunnen zowel in elektrische als gewone afrasteringen draadveren of draadspanners worden aangebracht. Een elektrische afrastering is alleen veekerend met de juiste draadhoogte. In de onderstaande tabel staan de uitgangspunten voor de verschillende dieren.
| Aantal draden | Hoogte boven maaiveld (indicatie) | |
| Koe |
1 |
90 cm |
| Koe + jongvee |
2 |
60 cm, 90 cm |
| Paard |
3 |
65 cm, 100 cm, 135 cm |
| Schaap |
2 |
30 cm, 65 cm |
| Schaap + lammeren |
5 |
15 cm, 30 cm, 50 cm, 65 cm, 95 cm |
Draad schade
Bij vee wordt vaak gekozen voor goed geleidende draad met een lage breekkracht. Vee wordt gezien als vluchtdier. Door de lagere breekkracht is er minder kans op verwondingen wanneer vee bij de vluchtreactie in de draden verstrikt raakt. Tijdens de werkzaamheden kan een strak gespannen draad dus zo knappen raken dat deze breekt. Dit valt natuurlijk op.
De draad kan tijdelijk gemaakt worden door de beide stukken aan elkaar te knopen. Knopen geven echter een slechte verbinding tussen de geleiders en dit kost stroomspanning. Dit kan er voor zorgen dat je in 10 cm de helft van je spanning verliest. Met een draadverbinder kan je er voor zorgen dat de geleiders goed contact maken. Dit is dan ook de oplossing om een gebroken draad permanent te repareren.
Bij een elektrische afrastering kan de draad ook optisch nog goed lijken, maar wel intern kapotte geleiders hebben. Deze geleiders kunnen van RVS of koper zijn en zorgen voor de stroomdoorvoer in de draad. Breuk van een geleider is niet erg, de andere geleiders kunnen de stroomgeleiding overnemen. Zijn er meerdere geleiders kapot dan wordt de capaciteit van de draad snel minder. Kapotte geleiders komen voor bij het rijden of keren over de draad met zwaar materiaal. Een schone draad die ineens onder de modder zit is dus een reden voor een extra check.
Isolator schade
Isolatoren zorgen ervoor dat er geen stroom kan weglekken via de paal. Een tikkend geluid bij een paal is een signaal dat er naar de isolator gekeken moet worden. Er kan sprake zijn van slijtage. Een schrikdraad of schriklint kan door de constante beweging in de wind door het plastic van de isolator schuren. In oudere isolatoren die al een paar keer gebruikt zijn kunnen onder invloed van UV-straling haarscheurtjes ontstaan. Bij vochtig weer of ochtend dauw zorgt dit ook voor het weglekken van stroom.
Een isolator die vaak vergeten wordt is de poortgreep, die bij doorgangen in de afrastering wordt gebruikt. Een poortgreep wordt bij het open van de doorgang vaak aan de kant gegooid. In de praktijk gaat dit niet altijd goed en de kans dat de poortgreep in de rijroute terecht komt is groot, net zoals de kans om dan kapot gereden te worden. Het ontwerp van de poortgreep is simpel, meestal betreft de schade alleen de isolerende, kunststof huls. De poortgreep lijkt dan optisch in orde, maar de eerstvolgende die ‘s ochtends bij regen of mistig weer de doorgang open doet, is direct wakker.
Begroeiing
Let bij de controle ook op de begroeiing onder of naast de afrastering. Zeker bij een elektrische afrastering kan lang gras of een afgeknapte tak ervoor zorgen dat de spanning niet op alle delen van de afrastering optimaal is. Net zoals bij de isolatoren kan een tikkend geluid ook in deze situatie een signaal zijn.
Spanning
Vee dat ‘s ochtends op de rijplatenbaan staat. Later blijkt dat er op het einde van de afrastering weinig tot geen spanning staat. Bij een elektrische afrastering is het regelmatig controleren van de spanningsbron iets wat vaak wordt vergeten.
Spanning op een schrikdraad is vergelijkbaar met druk in een waterleiding. Er wordt druk op de leiding gezet, maar met die druk gebeurd niets. Wanneer een dier contact met de draad maakt is dit vergelijkbaar met het opendraaien van een waterkraan. Een lage druk in een waterleiding betekent dat er bij het opendraaien van de kraan een zielig straaltje water uit komt. Een hoge druk zorgt voor een krachtige straal uit de kraan. Voldoende spanning zorgt voor een goede schok zodat het schrikeffect voldoende is om het vee te keren.
Meet eerst de uitgangsspanning bij het schrikapparaat wanneer de afrastering is afgekoppeld. Die spanning moet tussen de 6000 en 10.000 Volt zijn. Koppel daarna de afrastering weer aan het apparaat en meet dan op het verste eind van de afrastering de spanning. Deze spanning moet minimaal tussen de 2000 en 4000 Volt zijn.
Wanneer het spanningsverval tussen begin en einde meer dan 1500 Volt is dan is er grote kans op een stroomlekkage.
Aarding
Bij een niet of slecht functionerende elektrische afrastering is de meest voorkomende oorzaak de aarding. Wanneer vee de draad raakt zorgt de aarding ervoor dat de stroom terug kan naar het schrikapparaat. De aardpen is dus een belangrijk punt in je stroomkring. Bij langere afrasteringen en zware apparaten kan het nodig zijn om meerdere aardpennen te gebruiken.
Check bij droog weer of vorst zeker de aarding van het schrikapparaat. Deze omstandigheden hebben invloed op de aardingscapaciteit van de grond. Een droge of bevroren bodem geleidt minder goed. Soms kan het dieper de grond in slaan van de aardpen of het vochtig maken van de bodem rondom de pen genoeg zijn om de werking weer optimaal te maken.
Je kunt de aarding als volgt checken. Zet het schrikapparaat uit en plaats op 100 meter afstand van je aardpen een ijzeren paal tegen je afrastering. Hierdoor veroorzaak je een kortsluiting zodra het apparaat aan staat. Zet het apparaat daarna weer aan en check of er minder dan 1000 Volt op de draad staat. Lukt dit niet met 1 paal herhaal dan de vorige stap totdat er minder dan 1000 Volt op de draad staat. Ga dan naar de aardpen en meet hier de spanning. Bij minder dan 300 Volt werkt de aarding goed. Meer dan 300 Volt? Plaats dan een extra aardpen op minimaal 3 meter afstand van de eerste en verbind ze via een aardingskabel.
Repareren
Het is handig om bij de controle van de tijdelijke afrastering altijd een paar onderdelen bij de hand te hebben. Met een afrasteringsvoltmeter, schroevendraaier, een paar draadverbinders en isolatoren en een paar kunststof paaltjes kun je vaak al veel kleine problemen (tijdelijk) oplossen.
